In deze serie probeer ik in woorden te vatten hoe mijn leven met mijn vader is geweest. Van toen ik klein was en hij ziek werd, tot aan zijn overlijden in november 2014.

Niets liever wilde ik, dan dat papa trots op me was, me zag.

Mijn vader achterna

Hij was mijn voorbeeld in zijn carrière (hoge ambtenaar, goed salaris, status) en in zijn welbespraaktheid. Dat wilde ik ook allemaal!

Mijn weg ernaar toe was wat hobbelig, aangezien mijn vader ziek werd in de periode van de CITO-toets in groep 8. Aangezien aan de hand van die achterlijke toets, je vervolg weg na de basisschool werd bepaald, moest je je koppie erbij houden. Dat had ik dus allesbehalve en ik scoorde 528 (nét mavo).

Ik hoor het die leraar nog zeggen: jullie mogen blij zijn als jullie dochter de MAVO haalt. Mijn ouders hebben werkelijk gestreden om mij op HAVO te krijgen, want dat wilde ik zo graag. Maar mijn prestaties waren er gewoon niet naar. Ik ging door een moeilijke periode, maak het jezelf nu niet nog moeilijker. Oh, hoe ik voelde dat ik faalde.

Over dat studieadvies heb ik zelfs nog tegen mijn buurmeisje in Schiedam gelogen. Het stond al vast dat ik naar MAVO ‘moest’, maar omdat ik me daar zo voor schaamde vertelde ik haar dat ik naar een HAVO school ging. Natuurlijk kwam ze daar achter en ik herinner me enkele seconden van dat gesprek tussen ons. Volgens mij in het atelier van mijn buren in Schiedam. Ik zie het nog voor me. Ja, bizar – hoe veel herinneringen me nog zo sterk bijstaan.

Niet zonder slag of stoot

Ik vond het heel erg dat ik tegen haar loog, maar ik schaamde me gewoon. Ik vond het een vreselijke faal-actie dat ik naar MAVO moest en ik voelde me dom.

Die MAVO deed ik, kantje boord qua economie en het MBO waar ik toen naartoe ging, vond ik te min, want ik wilde naar HBO. Van MBO herinner ik me dat ik heel veel moeite had met exacte vakken. Eén vak haalde ik zelfs helemaal niet en daarvoor moest ik een reparatietraject (?). In plaats van dat ik een toets maakte, mocht ik een werkstuk maken? En daarvan hing álles af. Dus dat diploma kwam ook allesbehalve vanzelf.

Talen vond ik wel heel erg leuk en ik was knettergoed in Engels. Later kwam daar Duits bij en ik schitterde tijdens Duitse presentaties over Leipzig en het bedrijf ThyssenKrupp. Kan me niet herinneren dat ik ooit Duits heb gesproken, maar ik ging helemaal los op ‘opstellen’, essays, presentaties en dat soort dingen – dat vond ik superleuk. De creativiteit zat er al vroeg in, maar kwam in godsnaam niet aan met economie , biologie en alles waar kunde achterstaat.

Papa trots maken

Ik wilde papa trots maken. Eerst had ik bedacht dat ik dierenarts wilde worden, maar aangezien wiskunde mijn forte niet was, schakelde het om naar een baan bij MinBuZa. Als ik dat zou bereiken, dan zou papa trots zijn (vertelde ik mezelf). Hij zei natuurlijk dat ik mijn best maar moest doen en hij het wel zou zien.

Erkenning voor mijn geploeter wilde ik. Ik wilde horen dat mijn vader, die zo hoog in aanzien stond (door zijn ziekte moest hij met vervroegd pensioen) eens zei hoe fucking trots hij op mij was. Die bevestiging kreeg ik dus nooit. Wel van mama, die heel erg het gevoel had dat ze moest overcompenseren voor alles wat mijn vader lackte.

Het was een road with no end om hem trots te willen maken. Nu kan ik het waarderen, want nu zie ik wat hij probeerde te doen bij mij. Hij wilde dat ik trots was op mezelf, dat ik mezelf erkende, mezelf zag, mezelf credits gaf en niet, o in godsnaam, niet afhankelijk was van een ander. Ik denk dat hij me daarom altijd zo wegbromde als ik iets van ‘m wilde horen, maar dat had dus een averechts effect op mij. Daardoor voelde ik me naar, alsof ik had gefaald en moest ik weer iets nieuws gaan bedenken waardoor ik eens een ‘goed zo’ zou horen.