Fiets Barna

Fietsen in Barcelona – de 6 verschillen

Van kleins af aan ben ik het gewend om me voort te bewegen op de fiets. Zowel mijn vader als mijn moeder heb ik nooit zien fietsen, maf eigenlijk, maar ik fietste overal naartoe.

In Schiedam leerde ik fietsen en in Schaijk moest ik wel fietsen, want geen rijbewijs en klein dorp. Tijdens mijn studie in Amsterdam crosste ik de stad door (Lord, al die toeristen!) en toen ik in 2014 naar Berlijn verhuisde was er ook geen angst om op de pedalen te springen. Naar het schijnt is dat logisch, want alle Nederlanders fietsen zoveel.

Luci fiets

Amsterdam, Berlijn, Barcelona

In september 2018 wisten we dat we van Berlijn naar Barcelona zouden verhuizen. Zonder blikken of blozen gaf ik mijn fiets aan de verhuiswagen mee en stapten we zelf in de trein. Toen onze verhuiswagen eenmaal in onze straat in Barcelona stond en mijn fiets uitlaadde, was het eerste geluid echter: er is eigenlijk geen plek voor je fiets in huis.

WAT?

Ik was compleet over de zeik toen mijn vriend zijn familie mij vertelde dat mijn fiets waarschijnlijk een kort leventje beschoren was in Spanje. Mijn fiets is mijn vrijheid, daarmee kan ik overal naartoe. Waarom moet die in een aparte stalling waar ik ‘m niet kan zien? Hoe bedoel je, Barcelona is geen fietsvriendelijke stad? Hoezo moet er een extra slot op, waar is dan een goede fietsenwinkel? Kortom: ik voelde me zwaar genaaid.

Zet je me in een land neer waar ik de taal niet spreek, waar de cultuur anders is en pak je me ook nog mijn fiets af?! Linea recta terug naar Berlijn, waar alles kan en mag.

Barcelona

Ja , ik was gigantisch onredelijk en zag het totaal niet meer zitten. Bovendien ben ik niet tegen mijn zin in, aan mijn haren naar Spanje gesleurd, dus mijn tantrum sloeg nergens op. Mijn vriend wilde me gewoon niet voor de leeuwen gooien en me de volgende dag in tranen zien, omdat iemand mijn fiets zou hebben gestolen.

Andere regels

Gestolen, hoor ik je denken? Ja, in Spanje, althans in Barcelona, gelden even andere regels wanneer het aankomt op mijn ouwe, trouwe schat.

  1. Je mag je fiets niet random ergens neerzetten. Stoplichten en bomen zijn no-go’s – er zijn speciale fietsenstallingen waar je ‘m kan zetten. Huh? Hoe doe je dat dan als je gaat winkelen?
  2. Je fiets mag niet binnen staan. Wij hebben een ruime hal, maar no way in hell dat mijn fiets daar mag staan. Wat, waarom niet?
  3. Fietsen worden vaak gestolen, onderdelen ook. Ik wist niet wat ik zag toen ik mensen met zadels zag lopen. Tja, die zijn blijkbaar gewild hier.

Zonder fiets

De eerste maand in Barcelona heb ik dus niet gefietst. Ja, ik schrik er ook van als ik het zo lees. Ik, Sascia, mijn fiets is mijn leven. Anyway, omdat mijn fiets tijdens de verhuizing dus zo’n een blok aan ieders been was..

(mag niet op straat, mag niet in de hal)

..heeft mijn fiets dus heeft 1 maand (!) op ons balkon gestaan.

Waarom?

Er was me flink wat angst ingeboezemd door me te vertellen dat mijn trouwe vervoersmiddel gestolen zou worden op straat. Dat wilde ik niet. Daarbij moest mijn band worden opgepompt, en had ik geen pomp. Mijn vriend stond erop dat ik een extra slot moest kopen en als ik ergens geen verstand van heb zijn het fietssloten.

Fiets Barna

Nou mens, wat doe je moeilijk? Dan ga je toch informeren bij een fietsenwinkel? Ja, dat is handig. Wat ook handig is, is dat je een woordje Spaans spreekt. Dat doe ik wel een klein beetje, maar niet in fietsjargon. Dus dat stelde ik enorm uit. Overdag durfde ik niet naar een fietsenmaker, want ze zullen me maar aanspreken en dan klap ik dicht. En ‘s avonds als mijn vriend thuiskwam, was de fietsenwinkel natuurlijk wel het laatste. Dus.

Amazon to the rescue. Daar kochten we een pomp en een slot.

Een maand later

Afgelopen week stond mijn fiets een maand (een maand!) op het balkon. Het slot en de pomp waren er al een paar dagen, maar ik heb een Hollandrad en dat ding is t*ringzwaar. Dat sleep je niet ff naar benee.

Vorige week maandag kreeg ik het ineens op mijn heupen. Ik was vroeg op, de pomp en het slot waren binnen, dus ik besloot dat we mijn fiets naar beneden zouden dragen.

Helemaal klaar met het stilgezit, ben niet de allergrootste fan van de massa mensen in het openbaar vervoer. Ik miste mijn vrijheid, ik wilde fietsen.

Makes you forget

Bicycle, bicycle, I want to ride my..

Waar ik de eerste keer fietsen direct achter kwam:

1. Fietspaden op de weg. Door onze straat kan ik gewoon op de weg rijden, maar op de grote weg is een fietspad aangelegd in het midden van de autoweg. Als in: je dient als voetganger/fietser over te steken waarna je dat fietspad kan pakken. Dat is heel gaaf en doodeng tegelijk.

2. Tweerichtingsverkeer. Ik ben eenrichtingsverkeer gewend. Het ene pad is rechts van de weg, het andere pad links. Hier niet. Hier komt je elkaar tegemoet. Inhalen, daar denk je dus wel twee keer over na. Het is voor mij, als iemand die het niet gewend is, raar dat er zo dichtbij iemand op je af komt fietsen. Doodeng ook in het donker, als je tegenligger zonder licht fietst.

Ik vind die aangelegde fietspaden trouwens wel fantastisch. Dat trok het familiepleidooi van kijk uit, pas op een beetje in twijfel. Wellicht ligt het aan mijn Nederlanderse fietsinstelling.

3. Mensen zijn vrij roekeloos. In elke grote stad loopt vrijwel alles door elkaar, maar hier heb ik het idee dat helemaal op standje chaos staat. Wat me brengt op het volgende punt:

4. Soms houdt het fietspad zomaar en ineens op. Op de weg langs de kust staat bijvoorbeeld een fiets aangegeven. Ideaal! Zo zie je exact waar je heen moet rijden. De schrik sloeg er echter even in toen dat fietspad ineens ophield!

Staat er een stoplicht met fiets en voetgangers en moest ik ineens tussen de voetgangers oversteken naar de andere kant. Je kunt je voorstellen hoe fietsers en voetgangers (toeristen en locals) verward door elkaar lopen en fietsen?

Daar loopt het fietspad over de stoep , dan moet je een stukje over de weg en is er weer een fietspad. Het is ook raar. Ik wil natuurlijk niemand voor z’n donder rijden, maar ik kan als fietser ook nergens anders heen, anders word ik van de weg getoeterd door auto’s.

Ook op hele drukke plekken als Passeig de Gracia en Placa Catalunya zijn geen aparte stukken om te fietsen (of ik heb er overheen gekeken), dus daar ga je tussen de auto’s en bussen. Ja, ik ben Amsterdam en Berlijn gewend, maar dit vond ik eng.

En soms zie ik het fietspad in het midden van de weg gewoon te laat, en fiets ik per ongeluk op de weg.

5. De stoplichten zijn anders. Waar ik gewend ben aan rood, oranje en groen, geldt hier bij een aantal punten: oranje, flikkerend oranje en rood. Wat erin resulteerde dat ik eens een eeuw voor het stoplicht stond, want bij rood en oranje fiets je niet door. Mijn vriend vertelde me na mijn tocht dat je bij flikkerend oranje dus kan rijden. Wel voorzichtig.

6. Je fiets dien je slechts vast te maken aan daarvoor bestemde stallingen. In Nederland en in Berlijn knal je je fiets probleemloos overal neer. Volgens mijn vriend heeft Barcelona het juist daarom zo aangepakt qua fietsenstallingen.

Vooral in Amsterdam erger je je suf, omdat je niet meer fatsoenlijk door de stad komt. Fietsen worden overal neergekwakt en dat is voor niemand een punt. Dat zie je hier dus niet. Je fiets mag tegen een rek, dus daar kijk je eerst naar uit voordat je afstapt.

Kortom: ik voel me officieel die buitenlander, die toerist die niet goed weet hoe te bewegen in de stad. Ik ben voor het eerst in mijn fietsleven die persoon waar ik op foeterte in Amsterdam en Berlijn.

Ik ben ook stiekem best benieuwd hoeveel mensen hier een eigen fiets hebben. Bij ons om de hoek is een Bicing-stalling, een mobiel fietsensysteem dat alleen inwoners van Barna kunnen gebruiken. Dát zijn dus in ieder geval allemaal locals zonder eigen fiets.

Het kost ook niks, lees ik net, maar je zal maar net naast een fiets grijpen als je ergens naartoe moet. Die van mij staat, hopelijk, voorlopig prima bij een café in de buurt.

Al blijft het voor mij heel raar dat mijn fiets niet gewoon voor ons huis aan een boom staat.

Moritz factory, BCN

Oudejaarsavond vs. Nochevieja 2018

Oud en Nieuw. Een avond, en dag eigenlijk wel, die me altijd een beetje angst inboezemt. Zo’n dag die gezellig moet zijn, anders heb ik gefaald, want iedereen heeft een gezellige oudejaarsavond en dat wil ik ook.

Ik zag ‘m altijd voor me in een top outfit met goede champagne, muziek, oliebollen, vuurwerk en mijn dierbaren om me heen. Bij iemand eten, borrelen en daarna natuurlijk een spetterend feestje om dan om middernacht je liefde te omhelzen en heel hard “gelukkig nieuwwwwjaaaaaar” te roeptoeteren. Dan dansen en het liefst op 1 januari uitgeslapen wakker worden om het nieuwe jaar te starten.

Dromen zijn bedrog

Mag jij raden hoe vaak bovenstaand gebeurd is? Niet echt dus. De droevigste Oudejaarsavond beleefde ik het eerste jaar dat ik in Berlijn woonde. Was ook kort nadat ik mijn vader verloor aan de grote K, dus dat einde van het jaar was gewoon all together afschuwelijk. Wel van geleerd, maar niet voor herhaling vatbaar. Ik heb geen grote vriendengroep en woon bovendien in het buitenland, dus die gezellige groep mensen, dat was meestal of mijn moeder, of een goede vriendin. Dat waren ook goede Oud en Nieuws hoor, maar natuurlijk niet zoals ik ze altijd in mijn hoofd visualiseerde.

Ik geloof dat ik er vorig jaar, Oud en Nieuw 2017, voor het eerste vrede mee had om niets bijzonders te doen. Altijd maar die zelfopgelegde druk zorgde ervoor dat ik nergens meer zin in had dan gewoon lekker op de bank in Schaijk, bij mijn moeder, de Top2000 en heerlijke series/conferences kijken. Toentertijd was ik net samen met mijn vriend en hadden we een videocall rond middernacht. Ja, hij zat bij zijn familie in Spanje en ik bij mama in NL. Ik was er zelfs OK mee dat mijn moeder naar de buren ging, ik vermaakte me prima op de bank met bubbels en Sergio op afstand.

Oud en Nieuw in Vilanova i la Geltru

En toen kwam dit jaar, Nochevieja (zoals het hier in Spanje heet) 2018. Tijdens Kerstmis drong het ineens tot mijn vriend door dat hij dit jaar voor het eerst relaxed in Spanje was. Geen druk over bij wie hij wat moest vieren, want we wonen nu op een uur afstand van zijn familie en vrienden. Zo kwam het dat we terechtkwamen bij zijn beste vriend. Zij organiseren elk jaar een diner, er wordt geproost en dan gaan ze naar een club. Of wij dan ook meededen?

Ok, ja is goed.

Na twee dagen bijkomen, wat wás ik beroerd gisteren, kan ik zeggen dat dit toch wel de leukste Oud en Nieuw ever was. Daar aan tafel zittende, te midden van zoveel leuke, lieve mensen werd ik overspoeld door dankbaarheid. Niet alleen heb ik door Sergio een prachtige, lieve (schoon)familie om me heen nu, maar zijn vriendengroep is ook zo welcoming. Daar word ik helemaal warm van. Oh, e

n of er iets anders is in vergelijking met NL? Jazeker!

Oudjaarsavond vs. Nochevieja

Ik was in shock van het feit dat ze helemaal geen vuurwerk afsteken. Maar, maar, maar, Oud en Nieuw IS vuurwerk. Ik steek weliswaar zelf niets af, maar het hoort er wel bij. Naar buiten en vuurwerk kijken onder het genot van een glas bubbels en een oliebol. Die bubbels waren aanwezig, maar van oliebollen hebben ze natuurlijk ook nog nooit gehoord. En deze spuit 11 kwam er op oudejaarsavond achter dat we die potverdorie eigenlijk wel zelf hadden kunnen maken. Dus ik was een beetje teleurgesteld in mezelf.

Tradities

Wat ze ook doen is rood ondergoed dragen met oudjaar. Ik keek even heel raar op toen de Caga Tio (link) een rode string voor mij uitscheet. Van zijn moeder gekregen.. te lief natuurlijk, maar ik wist even niet hoe ik het had.

Ja, is traditie! Ok.

Dan is het ook nog traditie om, om tijdens het aftellen naar middernacht 12 druiven te eten. Doe je dat niet, dan brengt het ongeluk. Nou, ik heb mijn best gedaan, maar kwam niet verder dan 3 druiven. En dat ongeluk, daar geloof ik niet in.

Hahaha, yes, het was me een ervaring die ik niet had willen missen.

Rest me nog te zeggen: gelukkig 2019!

Balkon-BCN

Laatste dag van 2018

Maandag 31 december, 7:52 uur. Vanmorgen ging om 7:15 de wekker en een kwartier later merkte ik hoe makkelijk ik dan blijkbaar weer in slaap val.

Mel Robbins’ – don’t feel like it? 5 4 3 2 1 – do it anyway! schoot door mijn hoofd en ik sloop ons bed uit.

Tegen de jaarwisseling, en al helemaal op de laatste dag van het jaar, heb ik ineens in mijn hoofd dat ik er nog even alles uit moet halen. Dat het zonde is om langer in bed te blijven liggen. Dat heb ik tenslotte de laatste weken al gedaan en wil ik eigenlijk veranderen.

Komt bij dat nu de Top2000 op de radio draait en daar houd ik van. Nostalgie, want ik luister ‘m altijd bij mijn moeder in NL en dit jaar dus voor het eerst niet.

Opstaan met die hap

Anyway, dat eerder opstaan dus. Ik gooide het er telkens op dat ik moe ben van alles. Dat alles heet dan: de verhuizing van Berlijn naar Barcelona, onze eigen reis, het wennen, de taal, de buurt, het wennen aan ons huis, en het feit dat ik (nog) niet werk.

Als je niet hoeft te werken, kun je tenslotte net zo goed uitslapen.

Tot gisteren scrollde ik nadat ik wakker werd direct door Instagram. Waarom? Waarschijnlijk om te kijken hoe andermans levens zich ontwikkelen en het mijne qua carrière wise stil stond. Ach Sas, meisje, wat ben je zielig. Ja, zo voelt het precies als ik me zo nederig voel; alsof het kleine meisje in me tot leven komt.

Ook online?

Ik gooide het vaak op die accounts inspireren me, maar dat doen ze helemaal niet. Eigenlijk voel ik me er niet goed genoeg door: shit Sas, zij hebben allemaal een druk leven en opdrachten, zij hebben wat jij wilt en (nog steeds) niet hebt. Plus ze kennen elkaar allemaal en dat wil ik ook: ergens bij horen. Exact daar gaat het om: erbij horen.

Na maanden volgen, drukte ik tegenwoordig automatisch op PLAY, omdat ik het zo gewend was om hun levens te volgen.

Zoals veel van hun volgers ken ik ze natuurlijk niet, maar we/ik kijken wel iedere week naar al hun belevenissen. Vervolgens denk ik soms: dat kan ik ook, ik moet ook met mijn koppie op YouTube! Anderzijds wil ik dan weer niet mijn hele private bestaan online knallen.

Too much love will kill you

De serie You die liefde en ik eergisteravond en gisteravond hebben gebingewatched heeft daar ook iets aan bijgedragen. Gadsiedarrie, wat ligt al onze data toch eigenlijk op straat. Dat gevolg op Instagram is dan (hoop ik voor velen) geen stalken, maar het schudt me toch wat wakker. Omdat het voor ondergetekende geen kwaad kan om eens te minderen op Instagram, heb ik een aantal accounts ontvolgd die slechts de vraag bij me opriepen: waarom ben jij daar niet in je leven? Jij kan dat ook. Dat helpt me namelijk niet verder.

Niet goed genoeg

In mijn eigen schrijven en Stories voel ik me vaak niet “goed genoeg”, want er zijn al zoveel blogs die allemaal over hetzelfde schrijven (excuus). Er zijn vooral veel vloggers (excuus) en jézus allemachtig: als je veel meiden volgt, zie je ook vaak dezelfde promoties. Sommigen kwamen me zo mijn neus uit, dat ik tegenwoordig in video’s skipte (frustratie).

Die laatste is dus pure frustratie. Hier gaat het om een bedrijf in maaltijdboxen, die zo’n beetje samenwerkt met alle YouTubers die ik volg. Hmm, misschien een teken dat ik er teveel volg? Mijn vriend werkte tot een maand geleden nog voor de betreffende start-up en well, ik zou een samenwerking ook aangaan als YouTuber.

Oh jongens, laat het toch eens over zijn met mijn getwijfel. Ik doe niet aan goede voornemens, maar wil vanaf nu toch voor eens en altijd uit mijn hoofd krijgen dat ik zogenaamd niet genoeg ben. Het helpt me niet en het is niet zo.

Ik heb dit jaar drie hele goede zelfhulpboeken gelezen en die hebben me destijds erg verder geholpen. De oh ja, dat klopt momenten waren zeer aanwezig.

Eén van de boeken (De moed van imperfectie, Brené Brown) ben ik een tweede keer gaan lezen. Toen voelde ik me zelfs geroepen om te onderstrepen en aantekeningen te maken. Het is zo’n herkenbaar boek! Het hielp me vrij hard in mijn psyche te kruipen en rare aannames uit mijn hoofd te halen. Toen, want ze zitten er dus nog steeds.

Note to self: ik moet verder in dat boek. Bij iedere bladzijde besefte ik me: dit is een zoveel betere tijdsbesteding dan vlogs kijken.

Maar goed, zelfanalyse is soms moeilijk en naar het leven van een ander staren niet.

Ik vind social media fantastisch, maar soms vind ik het ook hele eng. Hoe er gephotoshopt wordt en hoe het lijkt dat mensen het perfecte leven leiden. Easy to get fooled.

Ontsnappen aan de echte wereld

Mijn leven is offline, waar ik verantwoordelijk ben voor een fijn leven. Dat ik daar dan 1, 2, tops 3, vlogs bij kijk en op een zondag wellicht wat meer, soit. Maar niet eindeloos gaan zitten te klikken.

Ik denk dat vlogs zijn wat vroeger soaps voor me waren.

De opties in mijn eigen leven zijn eindeloos, maar daarvoor moet ik eerst moeite doen. Dat is overweldigend, dus press PLAY en duik in het leven van een ander die het blijkbaar wel al allemaal op orde heeft.

Nee Sas, dat hebben ze helemaal niet.

Goed, dit is echt een persoonlijk stukkie geworden, maar die minstens 3 belemmerde gedachten laat ik achter in 2018. Dit jaar was prachtig en ook ontzettend klote. Er is ongelooflijk veel gebeurd en ik moet mezelf nog steeds knijpen om echt te voelen dat ik niet meer in Berlijn zit, maar dit schrijf aan onze eettafel in Barcelona. In onze woonkamer met hoog plafond, met uitzicht op de stevige boom voor ons balkon.

Phoe, ik ben zo dankbaar voor dit prachtige appartement en nog dankbaarder voor mijn allerliefste liefde. Hij, die na amper een jaar zo goed weet wat ons/mij gelukkig maakt dat hij pijlsnel van Berlijn naar Barcelona vloog om dit appartement het onze te maken.

Maar goed, dat is weer een ander verhaal. Dit is veel te lang geworden.

Fijne jaarwisseling, lieverds.

Ps: ik moet het dit jaar zonder vuurwerk doen. Dat doen ze blijkbaar niet in Spanje? Ik houd helemaal niet van vuurwerk, maar het hoort voor mij wel bij Oud en Nieuw – bijt op lip-

best of 2018

Instagram, de 9 favorieten van 2018

Naast het Spotify Best of overzicht vind ik de Best Nine van Instagram superleuk om terug te zien. Ik maak graag foto’s, heb zelfs dit jaar een extra account aangemaakt, omdat ik zoveel balkonnetjes fotografeer (check @barnabalconies).

Alles in mijn top 9 is Spanje, terwijl ik toch echt het merendeel in Berlijn woonde. Ik merkte ook eigenlijk direct dat Barcelona het beter doet online dan Berlijn.

Aangezien ik eigenlijk niets anders fotografeer dan architectuur, moet ik ook maar eens bedenken hoe ik mijn persoonlijke account ga vullen.

Maar de terugblik op afgelopen jaar per foto:

best of 2018
  1. Interieur van de naast ons huis gelegen bar. Ik had niet gedacht dat dit de beste zou worden, aangezien ik ‘m echt in november heb geplaatst. Toegegeven is het een toffe foto van een goed moment. Namelijk het eerste cheers-moment met de familie van mijn vriend nadat we alles verhuisd hadden – 20 november 2018
  2. Prachtige foto van een fantastische hoek in Gracia. Op het moment van fotograferen hadden we nog geen idee dat we aan het einde van het jaar zouden verhuizen. Zo zie je maar weer – 3 september 2018
  3. Foto van de Ramblas. Waar het altijd barst van de toeristen, maar als je omhoog fotografeert natuurlijk niet. Die bomen, die kleuren, lijnen, contrast – 18 november 2018
  4. Deze is in dezelfde bar geschoten als foto 1. Dit keer op een zondag toen we besloten dat we wel een drankje verdiend hadden. We hadden een plekje een beetje achter de bar en de compositie intrigeerde me – 4 december 2018
  5. Heb je d’r weer met d’r balkonnetjes. HA, ik kan niet anders met zulke mooie uitzichten, potverdrie. Hier begon de obsessie wat vorm te krijgen – 12 september 2018
  6. Mercat de Sant Antoni, de versmarkt achter ons huis. We liepen met Luci rond en ineens viel het licht zo prachtig, dat ik Luci aan mijn vriend gaf en ik een foto maakte – 4 december 2018
  7. Na een middagje struinen ploften we neer op een terras, waar ik naar binnen keek en dacht: wow, wat een gaaf interieur. Omdat we alleen wat dronken konden we niet binnen zitten, maar dat weerhield me er niet van het interieur te fotograferen – 23 november 2018
  8. Liefde voor alle Barcelonese balkonnetjes. Hier was nog geen sprake van @barnabalconies, maar ik fotografeerde al bijna niets anders meer – 16 september 2018
  9. Streetart, waar dan ook, doet het goed. Postte ik aan het begin van het jaar bijna elke dag art, want Berlijn heeft een bak streetart – was dit eigenlijk een uitzondering tussen de balkonnetjes. Zo’n leuk werk, zo heerlijk kleurrijk, daar moest ik een foto van maken. En het viel bij meer mensen in de smaak – 4 oktober 2018

Ramblas

Als je in Barcelona woont, maar geen Spaans spreekt

O jongens, hoe hard ik toch dacht dat eenmaal in Spanje dat Spaans echt wel ging komen hoor. Dan zou ik er gewoon elke dag even voor gaan zitten en ik zou tenslotte overal om me heen de taal horen en lezen dus dat zou wel loslopen.

Nee dus.

Realiteit is dat we nu onze 4e week Barcelona ingaan en ik nog geen woord heb gestudeerd. Talloze apps en websites waar je spaans kan oefenen, een native speaker als vriend waarmee ik iedere dag zou kunnen oefenen, maar ik doe het gewoon niet.

Pure luiheid, gemakzucht, omdat we samen toch Engels spreken? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het na alle stress en hectiek van Berlijn naar Barcelona minder energie vergt om filmpjes op YouTube te kijken of een serie op Netflix. Om Spaans te lezen, radio te luisteren of een serie te kijken moet ik nog teveel moeite doen en het voelt gewoon allemaal nog even als teveel.

Terwijl ik me dan wel weer klein en oncomfortabel voel als we bij zijn familie op bezoek gaan. Hallo ongemakkelijk tijdens Kerst! Of iets doen met Spaanse mensen die on my behalf Engels met me spreken. Dán wil ik Spaans spreken, want je wilt niet degene zijn waaraan iedereen zich aanpast.

Zoveel dingen die ik ze zou willen vertellen, ik ben nu eenmaal praatgraag, maar zij spreken allemaal geen Engels. Misschien is dat het onderbewust wel? Als andere mensen geen moeite doen, waarom zou ik het dan doen? Meest kinderachtige gedachte ooit en het slaat nergens op. Bovendien brengt het me nergens.

Want het is voor MIJ dat ik Spaans leer. Ik kan de familie van mijn vriend wel kussen als er één woordje Engels uitkomt (want zij voelen wat ik voel, zij willen ook praten!).

Mijn moeder is hier nu sinds een week en we gaan samen de Spaanse Kerst in. Ook zij heeft zaterdag de vuurdoop gehad en kan zich helemaal in mijn gevoel vinden. Vreselijk om je te voelen alsof je, je stem kwijt bent.

Maar het is even niet anders. Je leert een taal niet binnen een week. En zo blijft er nog uitdaging en lering in het spel – ook wel zo prettig.

Conclusie is dat ik het mezelf gewoon veel te moeilijk maak. Ik ben over het algemeen ook veel te streng voor mezelf. Wellicht moet ik mezelf eens van die beklemmende gedachten verlossen.

Dat ik moet Spaans leren anders ben ik niet goed genoeg verhaal in mijn hoofd. Dan komt het vanzelf en kan ik me straks niet meer voorstellen dat ik dit stukkie schreef.