Iedereen weet dat ik in Berlijn zit met kleine, dierbare mops Luci. Ik wilde dolgraag hierheen, maar niet zonder haar. Naar Osnabrück mocht ik haar niet meenemen, onder geen beding wilden ze daar een hondje in dat appartement. Iets met dat het lang geleden eens verkeerd ging; grote hond, kon niet alleen zijn (4e verdieping, gehorig gebouw) – go figure. Honden zijn er sowieso niet voor gemaakt om alleen te zijn; dan is formaat herder helemaal niet de bedoeling. De hond in kwestie heeft dus het ganse meubilair aan stukken gereten, of de muur, wat het ook moge zijn en daardoor wilde de huisbaas absoluut geen honden. Toendertijd dacht ik: ach wat, ik kan wel zonder Luci, ik kom tenslotte toch regelmatig terug naar Nederland.

Nou liebe Leute, ik kan u vertellen dat het verschrikkelijk was zonder Luci. Mensen (lees: mopsenliefhebbers) zeggen weleens dat als je eenmaal met een mops hebt geleefd, je niet meer zonder wilt/kunt. Ik beaam dat, ik neem Pluus het liefst overal mee naartoe. Maar dus niet naar Osnabrück en toen ik terugkwam besloot ik nooit meer zonder haar weg te gaan.

Dus dat. En toen Berlijn – op zoek naar een kamer. Ik had geen moeite om er eentje te vinden, zij het dat ik nu in een Wohnheim (studentenhuis) verblijf en mijn keuken en badkamer plus toilet moet delen. Maar joh, ik vond (en vind) het allemaal hartstikke prima (het is erg gezellig hier), als Fluusjes maar meekon. En dat kon – or so it appeared.. Nadat mij meegedeeld werd dat Lucius geen probleem zou zijn, kwam ik er bij aankomst al achter dat ze eigenlijk helemaal niet toegestaan was. Ok, verdammt! Maar ik had nog geen voet binnen in het gebouw gezet of ik hoorde een aantal gillende meiden. Juist ja, die hadden Luus gespot. En wat vónden ze haar schattig, het ge-oeh en ge-aah werd mij zelfs te hysterisch (en mijn adem stokt bijna iedere keer als ik een mopshond zie, of iets in een winkel met een mops erop spot). Het was dus écht hysterisch. Maar ik was blij dat iedereen haar leuk vond. Direct wilde alle meiden een keer op haar passen, ze wilden met haar knuffelen, met haar naar buiten – mijn zorgen over wat mijn toekomstige huisgenoten eventueel van Luci vonden verdwenen als sneeuw voor de zon.

 
Fluzes paradeert hier dus triomfantelijk door de gang, loopt te pas en te onpas iedereens kamer in en is gék op andermans bed. Ach wat, mijn deur staat gewoon open (en hier staat haar voer en water) dus laat iedereen haar maar aaien. Ga maar mee naar de keuken, loop maar mee naar de badkamer (gek en goed genoeg komt ze niet verder dan de deur) en kom maar weer bij Sas als je iedereen zat bent en je weer herinnert wie je zo’n fantastisch mopsenbestaan heeft bezorgd ;).

Maar: hoe vrij ik ook ben met haar, ken ook ik mijn grenzen. Twee dagen geleden was ik haar namelijk ineens kwijt. Ik weet niet meer wat ik aan het doen was, maar ik dacht ineens: waar is Luus? Normaal hoor ik haar sproechelen (een woord uit eigen vocabulaire) – zo’n snoepelig – ook een eigen woord- , rochelend, niezerig mopsengeluidje dat ze maakt, waarbij ze haar koppie schudt. Of ik hoor haar ergens ‘knorren’, ademen of nou ja, ik hoor haar meestal wel gewoon ergens. Maar dit keer niet. Doodstil was die gang. Waar is mijn mopsenkind? Ik trok al vrij snel de conclusie dat ze beneden was, bij een meisje dat helemaal gek op haar is – die had haar vast meegenomen – geen zorgen. Ook zondag; toen we allen het wereldkampioenschap vierden, kwam ik thuis een huisgenote tegemoet die me wist te vertellen dat Luci beneden in de keuken zat, omdat ze zo alleen was boven. Maar deze aardige dame had een briefje op mijn bureau gelegd – dat kan ik waarderen. Afgelopen dinsdag ging ik met een aantal mensen de stad in en zou Pluusjes alleen zitten, waarop een ander huisgenootje aanbood op haar te passen. Prima. Voer en water die kamer in en onder de pannen. Heel fijn voor die kleine. Bij thuiskomst spurtte ze naar me toe en vielen we in slaap.

Afgelopen dinsdag hoorde ik dus al van een paar meiden: ja, ze wil altijd met ons knuffelen en dan wil ze niet terug naar haar baasje. Uhhu, liefjes, ze weet heus wel dat ik haar baasje ben, maar natúúrlijk geniet ze van alle aandacht. Hallo, Luus is een mopshond, één der aanhankelijkste rassen. Ze ligt het liefst heel de dag op je schoot of is ieder geval het liefst de hele tijd dicht bij je. Ze voelt het ook als je weggaat en zij achterblijft. Dan kijkt ze je aan en zodra je haar gedag wil zeggen duwt ze haar koppie naar beneden. Zo van: ‘Ja, ik weet dat je weg moet, maar laat me alsjeblieft niet achter’. Mijn hart breekt dan ook elke keer als ik weg moet!

En met zoveel huisgenoten die gek op haar zijn is het voor mij een uitkomst dat ik haar veilig en geliefd bij iemand kan laten. Of gewoon in onze eigen kamer, maar in de wetenschap dat ze niet alleen is. Heel fijn. Maar als ik wél thuis ben, wil ik niet dat iemand haar zomaar van die gang af grijpt. Wat dus vanavond gebeurde en waarover ik even mijn ei kwijt moet. Ik zat hier rustig film te kijken en hoor ineens de deur opengaan. Pluus loopt op de gang of zat in de keuken en ik hoorde al wie het was door het ‘Hiiii Luuuuci, Hiiii’ – een paar minuten later hoor ik: ‘Luci, *fluitje* come on!’ Let wel – zonder mij te notificeren. De gang af, deur achter hun dicht. JA, dat gaat zomaar niet. Ik met een slapende linkervoet erachter aan: ‘wait, wait’. ‘Je mag Fluus altijd even meenemen, maar kom het me eerst even vragen zodat ik weet waar ze is’. Daar kreeg ik het: ‘Oh sorry, I thought you heard me take her downstairs’. Schatje, jij snapt het niet helemaal. Natuurlijk hoorde ik het, but she is not yours to take. Niet zomaar meepakken, kom het vragen en ik zeg altijd ‘ja’. Tenzij ik zelf plannen heb met de kleine spruit. Net zo makkelijk als dat het meisje in kwestie naar mijn kamer kwam: ‘Luci is back’.

Ziet u, zo moeilijk is het allemaal niet – iedereen blij.

Aanschouw hier een paar beelden van de mops in kwestie:

Uiteraard volgen er meer beelden van het Fluzig Kontje (en ja, ik ben me ervan bewust dat ik 100 namen voor haar heb. Wonderbaarlijk genoeg luistert ze nog steeds naar me).