Up and at ’em – lekker opstaan in de 70’s

Ik vertel mezelf al jaren dat ik geen ochtendmens ben. De laatste tijd kom ik er toch wel achter dat, zolang ik mezelf dat blijf vertellen, ik nooit een ochtendmens word. Dus, daar komt de 5-4-3-2-1 Do it Anyway van Mel Robbins weer. Enigszins wakker? Hop, eruit.

Liefde voor muziek

Daar relaxed opstaan voor mij een stuk vlotter gaat met fijne muziek, slinger ik als eerste in de woonkamer de Sonos aan. Vanmorgen vlogen mijn vingers als automatisch naar Stumblin’ in van Suzi Quatro en Chris Norman. Tezamen met Heartache Avenue (andere band, waarover later meer) vind ik dit zo’n fijn opsta-nummer. Mijn vriend doezelt nog na, dus slaapkamerdeur dicht en rustig 5 keer op repeat. Eigenlijk gewoon op repeat totdat ik het zat word.

De rust in dit nummer, het geleidelijke, het lieve, maar toch de stevige beat van de drum (of welk instrument is het?) Ik vind het heerlijk. Daarbij komt dat ik Suzi Quatro altijd al een hele toffe, mysterieuze artiestennaam vond. En immer dacht ik: zo zal ze heus niet echt heten. Mijn muzikale 70’s hart maakt dan toch weer een sprongetje wanneer ik lees als dat ze werkelijk waar Susan Kay Quatro heet. Geen idee dat Suzi ook de eerste vrouwelijke bass-player was die uitgegroeid is tot giga- rockster, YES!

Ja, dat vind ik dan weer leuk!

Wist ik dan weer niet

Een gooi naar het nummer laat me ontdekken dat Stumblin’ in meer een beetje een one-hit-wonder was. In 1979 (ja, way back) stond ‘ie nummer 4 in de Billboard Top 100. Het lieteke was ook Suzi’s enige US Top 40 hit (nou schat, beter één dan geen). Wel was het lied goed voor een nr. 1 positie in Canada (kijk!)

Way back

Overigens vind ik het, als compleet A-muzikale muziekgrootverbruikster, wel een prestatie om 8 weken op nummer 41 te staan in de UK Single Charts. Op 11 november 1978, kun je het je voorstellen? Toen waren we allemaal nog lange-niet geboren (nog lange niet, nog lange niet). Voor Chris Norman was Stumblin’ in trouwens zijn eerste hit als solo-artiest. Ook meteen zijn enige.

Maar: de beste man zit (nou ja zat, tot 1986) ook nog in een band, genaamd Smokie. Dat doet me dan weer denken aan When Smokey Sings, wat er uiteraard weer geen klap mee te maken heeft. Hmm..

— 3 seconden speuren later —

Smokey, zoals de band daadwerkelijk heet, is onder andere verantwoordelijk voor Oh, Carol en Lay back in the arms of someone. Ja, ik las het en dacht direct: ha, natuurrrrrlijk ken ik deze gouwe ouwe.

En even een shout out naar vriendin Debby: nu ga je me slaan, want hun grootste hit is – wat jij vast al eeuwen weet – Living next door to Alice, en wie kent die niet!?

Smokey is een aardig oude band. Niet te vinden op mijn favoriete muziek-app, dus op naar YouTube.

In de war

Hier blijkt dat ik Oh, Carol van Smokey helemaal niet ken. Ik was in de war met Oh, Carol van Neil Sedaka. Gewoon, omdat die twee zoveel op elkaar lijken**

Die parel neemt ons zelfs mee terug naar 1961, dus nog verder. Prachtig vind ik ‘m wel. En mijn rare hersenpan koppelt dit aan de serie The Following, waarin het hoofdpersonage Joe Caroll heet en heel naar, mysterieus, eng en een beetje sexy is. Wat niets afdoet aan het charmante voorkomen van Neil Sedaka, maar dit is gewoon hoe mijn bovenkamer werkt.

Goed, ik dwaal af.

Dan Lay back in the arms of someone. Een nummer waarvan ik zeker weet dat ik deze een keer heb opgezogen in het café-restaurant van mijn oom en tante in Brabant. Zij hadden zo ongelooflijk veel CD’s liggen (want café, veel mensen, afwisseling nodig). Ik was toen vaak met CD’s in de weer en heb mijn liefde voor dit soort muziek vast hier vandaan. Hier luisterden mijn ouders in ieder geval niet naar.

Who the * is Alice?

Nou, ik geloof dat Alice geen intro nodig heeft, die kent een ieder. Hoogstwaarschijnlijk van een cover, waar ik dit nummer zelf ook door ken. Echter, lieve mensen van generatie Gompie (een cover dus, uit 1995): Smokey schreef het echte werk, in november 1976.

Herstel, het blijkt zelfs dat het origineel-origineel van New World is, een Australisch trio. Het nummer zag het levenslicht in 1972, en bereikte nr. 35 in de Australische charts. Pas in 1976 werd Alice een wereldhit voor Smokey. Wauw.

En toen zat dat achterlijke – Alice, Alice, who the F is Alice – er gelukkig niet in. Dat is er dus later bij gepropt. Hoewel ik net zo hard meezong, is het toch sund van het nummer zouden ze in Brabant zeggen.

En hiermee komen we aan het end van deze eerste les in muzikale opvoeding*** Basically, is dit dus wat er gebeurt als ik een prachtig lied hoor en ik mijn hoofd en vingers de vrije loop laat.

Fijn wel zo op de donderdagochtend.

Liefs,

*haha, Smokey blijkt dus gewoon nog te touren. Ouwe snoeperds
** dat was natuurlijk ironie
*** en dat ook

 

Loading Likes...

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *